15 juni 2009

Carlton Pearson, ex-predikant van een grote charismatische Pinkstergemeente in de Verenigde Staten, in gesprek met de man die hem net heeft ontslagen…

Carltonpearson

‘Mijn vader is in de hel’. Dit waren de woorden van de predikant die mij juist veroordeeld had als een moderne ketter, niet langer welkom in de honderden charismatische Pinksterkerken die hij als voorzitter van de synode vertegenwoordigde.

Hij ging verder, ‘Mijn aan de drugs verslaafde rebellerende zoon vind het prachtig wat jij allemaal preekt. Hij is ook op weg naar de hel’. Ik antwoordde, ‘Hoe weet je dat je vader in de hel is?’

De predikant zei: ‘Ik weet het omdat hij stierf terwijl hij spiernaakt met een vrouw bovenop hem lag, met een pistool in iedere hand, hij zit in de hel waar hij ook thuishoort.’ De man was woedend. ‘Hoe lang is hij daar al?’, vroeg ik zachtjes. ‘Hij is daar nu meer dan tien jaar’. ‘Denk je dat hij zijn lesje inmiddels geleerd heeft?’, vroeg ik hem. ‘Ik weet het niet’, antwoordde de predikant. ‘Hield je van je vader?’. ‘Ik adoreerde hem, hij was mijn held’, zei de predikant. ‘Maar hij verraadde mij en mijn moeder. Hij was niet trouw aan mijn moeder en onverantwoordelijk, maar ik hield van hem’.

Ik vroeg vriendelijk: ‘Heb je het hem vergeven?’ ‘Ja, ik heb het hem lang geleden vergeven’, antwoordde hij. Ik vroeg door: “Hoe zit het met je hemelse Vader? Denk je dat Hij je vader ook al vergeven heeft?’ De predikant was een paar seconden stil en zei toen: ‘ik weet het niet’. Ik ging verder: ‘Je zei dat je vader in de hel zit, huilend, in pijn, tandenknarsend voor al meer dan tien jaar. Denk je dat hij zijn les al geleerd heeft?’

De predikant antwoordde: ‘ik weet het niet, alleen God weet het’. Nog een persoonlijke vraag: ‘Als er een manier was om je vader uit de hel te krijgen, zou je dat dan doen?’ Na een lange pauze, antwoordde hij: ‘ik weet het niet’. Ik ging nog verder: ‘Je zei dat je van hem houdt en hem hebt vergeven. Zeg je nu dat je, zelfs als het zou kunnen, je je vader niet uit de hel zou willen halen?’ Tot mijn ontzetting antwoordde hij opnieuw: ‘ik weet het niet’.

Het was op dat moment dat ik zeker wist dat het religieuze systeem dat ik heel mijn leven al omhelsd had, en dat me zojuist geëxcommuniceerd had voor het ‘overschatten’ van de liefde van God (te veel en voor te veel mensen), pijnlijk gebroken was en op geen enkele manier representatief voor de God en Christus die ik liefhad en heel mijn leven al diende.

Er moest iets worden gedaan aan deze gemene, wraaklustige geest waar deze predikant blijk van gaf. Zo leidt hij als blinde leidsman de blinden steeds dieper in een meer vernietigende put. Mijn religie is dodelijk ziek.”

In: The Gospel of Inclusion, Reaching beyond religious fundamentalism to the true love of God and self, 2006, blz. 15-17.

8 februari 2008

Uit een preek van ds. Okke Jager, die de titel draagt: “Gaan miljoenen mensen voor eeuwig verloren?”:

Veel gelovigen konden alleen aan een hel geloven, omdat ze er nooit diep over nadachten. Bij brandgevaar zouden ze hun buurman direct waarschuwen, maar tegelijk geloven ze, dat hij voor eeuwig verdoemd is. Of geloven ze het eigenlijk niet? Want anders moesten ze toch in paniek raken, zoals wanneer drie, vier, vijf huizen in hun straat in vlammen zouden opgaan. Miljoenen rampzaligen en geen spoor van paniek in de kerken en in de theologie – dat moet betekenen; wij lieten het niet echt tot ons doordringen.

Het was een stuk van de ware leer; als de dominee nu maar duidelijk zei: er is een hel en die blijft er ook, dan zeiden we: ziezo we zijn weer gerustgesteld, hij brengt geen ketterijen, we gaan koffie drinken.”

1 juli 2007

Column van Jan Paalman (columnist van de Gelderlander) over DE HEL

Clipboard01_2

Het is voor ons als christenen interressant en prikkelend om eens te horen van een buitenstaander, een scherpe columnist, hoe tegen ons 'gekonkel' over de hel wordt aangekeken. Onderstaande column verscheen in De Gelderlander van 21 april 2004:

De hel
Vlak na de aanslag van de 11de september slingerde een imam van de Nederlandse Moslim Omroep een onheilspellende boodschap de ether in: ‘De kinderen van de ongelovigen zijn brandstof voor het vuur.’ Dat was schrikken. Een dag later stelde de NMO ons gerust: ‘De tekst is op een ongelukkig moment uitgezonden. Daarvoor onze excuses.’ Echt geruststellend klonk dat niet want zolang het ‘ongelukkige moment’ duurde zouden ongelovigen niet levend worden verbrand maar daarna blijkbaar wel. En zoals dat gaat in dit van hype naar hype strompelende Nederland begon iedereen kortstondig te hyperventileren. Vreemd. Want die imam zei alleen maar wat heel wat gerespecteerde orthodoxe christenen ook vinden. Over het lot der ongelovigen zijn ze het roerend eens.

Grieken en Romeinen hadden een heleboel Goden en over andermans God deden ze niet moeilijk. De Atheners hadden zelfs een tempel gewijd ‘aan een onbekende God’ om er zeker van te zijn dat ze er niet eentje oversloegen. En als de zegevierend Romeinse legioenen vanuit Azië een nieuwe God meenamen, Mithras of Isis, dan zetten de Romeinse autoriteiten er op het forum gezellig een tempeltje bij.

Maar dat is niets voor de God van de christenen, want Hij is ‘een jaloerse God’. Het eerste van de tien geboden luidt: ‘Gij zult geen andere Goden voor mijn aangezicht hebben.’ Wie niet gelooft is voor eeuwig verdoemd. Ongelovigen wacht Gehenna, het dal van Kai Hinnom, de hel, waar ze in de buitenste duisternis levend zullen worden verbrand ‘in meren van vuur en zwavel’ tot aan het einde der tijden en lang daarna. Kinderen ook? Daarover konden de kerkvaders het niet eens worden. De heilige Augustinus dacht dat ongedoopte kinderen slechts mild zullen worden gemarteld. De paters Redemptoristen, de hel-en-verdoemenis-predikers van de RK Kerk, waren heel duidelijk over wat een zondig kind zal overkomen: ‘Hoor hoe het gilt, zie hoe het kronkelt in het vuur. Het slaat zijn hoofd tegen het dak van de oven, het stampt met zijn voetjes op de vloer…’.

Dat is me nogal wat. De paus zat dit blijkbaar ook niet lekker en verving op 29 juli 1999 de vuurhel door een psychische hel. ‘De hel’, zegt de paus, ‘is het lijden, de frustratie en de leegheid van een leven zonder God.’ Nou ja, daar kan een ongelovige mee leven; hij is niet anders gewend.

Maar voor Andries Knevel, het boegbeeld van de EO, is dit allemaal veel te tam. ‘Alleen zij die Jezus’ liefde aanvaard hebben gaan naar de hemel, zij die hem verworpen hebben gaan naar de hel’, zei hij een paar jaar geleden in de NRC. ‘Zo staat het in de bijbel, dus moet ik het geloven.’ Niet dat hij dat leuk vindt. ‘Ik blijf het een naar begrip vinden want het doet me aan Auschwitz denken, maar op het moment dat ik de bijbel redelijk serieus neem kan ik niet zeggen: dat deel spreekt me niet aan, ik geloof maar niet. Maar aan die gedachte ga ik regelmatig kapot’.

Ik las die regels in een ziekenhuisbed waar ik aan het herstellen was van een spannende operatie voor een hele spannende ziekte waaraan ik een lang litteken heb overgehouden die er nog steeds uitziet alsof de chirurg een roestige blikopener heeft gebruikt. Ik wist nu wat zijn goede God met mij van plan was als het verkeerd was afgelopen. Hels was ik. Wat denkt die Knevel wel? In Nederland is godslastering bij wet verboden maar ongelovigen zijn vogelvrij. Die mag je straffeloos bedreigen met martelingen waar een psychopaat als Dutroux nog een puntje aan kan zuigen. Ik vroeg me ook af hoe Knevel de ongelovigen die hij in zijn programma ontvangt recht in de ogen kan kijken.

In zijn programma’s praat Knevel heel vaak met ongelovigen. Dat siert hem. Knevel zal bescheiden genoeg zijn om te weten dat daar soms betere mensen tussen zitten dan hijzelf. Toch vindt hij het niet in strijd met zijn geloof dat die mensen na hun dood met hun kinderen worden gedeporteerd naar het eeuwige Auschwitz van God. Als een gewone sterveling zoiets zou beramen zou Andries onmiddellijk de politie bellen. Nu het om God gaat zinkt hij op zijn knieën en prijst zijn Heer.

Jan Paalman

5 maart 2007

De duivelse leer van een altijddurende pijniging blijft de kerken achtervolgen

Hell

Geloven dat de Here God in Christus uiteindelijk met iedereen tot Zijn bestemming zal komen is nog steeds min of meer een ‘doodzonde’ in een orthodox of evangelisch milieu. Ik beschouw dit als een als milieuvervuiling van een ongekende orde. Terwijl tegelijkertijd nog steeds het geloof in een altijddurende hel, een plek van foltering en pijniging van miljarden mensen (hindoes, moslims, communisten, atheïsten, Ronald Pastkerk, ietsisten, enz) als een soort keurmerk geld dat je wel een echte ‘bijbelgetrouwe’ christen bent. Wat een verblinding. En dan nog zeggen dat God toch echt een God van liefde is. Dan heb je toch een hele vreemde opvatting van liefde. Maar zoals bij verblinding wel vaker het geval is, deze lieve reformatorische en evangelische christenen die nog geen heidense vlieg kwaad doen hebben geen enkel probleem met het degraderen van de Bijbelse God tot een God die meer dan monsterlijke proporties aanneemt. Een BEUL met allemaal hoofdletters. Maar ja, de Bijbel leert het toch?.... Of toch niet…… (lees a.u.b. de weblogs over de hel in de Bijbel)

Gelukkig lijkt er een kentering te komen. Hopelijk hebben de grote christelijke coryfeeën de moed om bovenstaande milieuvervuiling in eigen kring eens serieus te nemen. Mijn optimisme wordt enigszins gevoed door Andries Knevel, voor veel niet-christelijke Nederlanders het model voor ‘de christen’. Hij zegt over de hel:

“Kun je met ‘de hel’ omgaan? Ik denk in toenemende mate, van niet. Onlangs zei iemand me: er zijn drie mogelijkheden, of je gelooft in de hel en dat betekent dat je permanent psychiatrisch moet worden opgenomen, want de gedachte dat familieleden daar naartoe gaan is een niet te verdragen gedachte; of je gelooft in de hel en je hebt je baan opgegeven om dag en nacht langs de huizen te gaan om de mensen te waarschuwen; of je gelooft in de hel, maar omdat de eerste twee dingen bij jou niet plaatsvinden, geloof je er diep in je hart niet in. Ik heb mijn baan niet opgegeven en ben niet psychiatrisch opgenomen. Kan ik dus leven met de afschuwelijke werkelijkheid van de permanente marteling van vrienden, bekenden en familieleden, en dat ook nog voor altijd? Nee, dat kan ik niet meer, en ik vraag me af hoe ik dat ooit heb gekund.”

Beste Andries bovenstaande woorden van je serieus nemend. Waar blijft het debat? Waar blijft de bezinning over dit Godonterende thema binnen de EO????

6 februari 2007

Een fatale christelijke uitvinding deel 5: De gelijkenis van de schapen en de bokken

Dal_van_josafat

In Mattheüs 25 vinden we de beroemde en soms ook beruchte gelijkenis van Jezus over de schapen en de bokken. Deze gelijkenis wordt vaak gebruikt als ‘bewijs’ dat er een eindeloze hel is voor de ongelovigen. Als we de gelijkenis eens wat nader gaan bekijken dan verdampt deze gedachte als sneeuw voor de zon.

In vers 31 schetst Jezus het decor. Het gaat over de tijd dat de Mensenzoon (Jezus dus) terugkomt, met een hemelse engelenmacht als escorte. Op dat moment zal Hij plaatsnemen op zijn troon, zo lezen we in vers 31. Deze zelfde profetie kom je ook tegen in Joel 4:1,2. Hier vind je het tijdstip: Na de grote verdrukking, als de Here God het lot van Juda en Jeruzalem ten goede heeft gekeerd. Met andere woorden dit oordeel vindt plaats aan het begin van het Vrederijk (zie Openbaring 19:11-21). Je vindt er ook de locatie: het dal van Josafat.

In vers 32 lees je vervolgens dat alle volken voor Jezus worden samengebracht. En dan begint de verwarring. Want dan wordt vaak gezegd: Jezus gaat de mensen scheiden in schapen en bokken. Dat staat er echter niet en dat is ook niet wat er gebeurt!! Let goed op: Hij gaat geen individuele mensen van elkaar scheiden, hij gaat volken van elkaar scheiden! In de NBV vertaling is dit onderscheid helaas niet meer te zien. In de Statenvertaling wel: “en Hij zal ze (dit slaat terug op de volken) scheiden”. Het gaat hier dus niet om individuele mensen, maar om volken. Deze volken die voor Jezus vergaderd zijn worden van elkaar gescheiden. Er ontstaan voor de troon twee soorten volken: de bokvolken en de schaapvolken.

De schaapvolken komen er goed vanaf zijn komen in het Koninkrijk. Waarom komen zij in het Koninkrijk? Door hun geloof in Jezus?? Nee, zeker niet! Er wordt hier helemaal niet over geloof gesproken. In deze hele gelijkenis niet, met geen woord. Zij komen in het Koninkrijk omdat zij de broeders van Jezus (zie vers 40) goed behandelt hebben: te eten gegeven, te drinken gegeven, geherbergd, gekleed, opgezocht in de gevangenis. Zij worden op grond hiervan ‘rechtvaardigen’ genoemd (vers 37). Met andere woorden het gaat hier om de houding van de volken ten aanzien van het Joodse volk (zie ook Gen. 12:1-3, zegen en vloek op basis van de houding ten aanzien van Israël). De bokvolken hebben zich niet bekommerd om het lot van het Joodse volk en worden hiervoor gestraft.

Wat is de beloning en wat is de straf? Dit vinden we kort en krachtig in vers 46: “Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen echter het eeuwige leven”.

De beloning en de straf vinden plaats tijdens de komende eeuwigheid. Het woord dat hier wordt gebruikt voor eeuwig is het Griekse woord aion. Dit woord aion is Grieks voor het Hebreeuwse woord olam. Het is in het Bijbels taalgebruik een periode met een begin en een eind. (voor meer info, luister eens de studie ‘Eeuwig is niet altijd’ op de site van In Perspectief). De periode waar deze aion of eeuwigheid op doelt, is het tijdperk van het Koninkrijk, het Duizendjarig Vrederijk. Tijdens dit Rijk, waarin Jezus op de troon zit in Jeruzalem worden de schaapvolken gezegend met een plek rondom Jeruzalem. Hun situatie wordt beschreven als ‘leven’. De bokvolken daarentegen worden tijdens de eeuwigheid van het Koninkrijk bestraft. Voor dit bestraffen wordt het Griekse woord Kolasis gebruikt dit heeft de volgende betekenis::

·       "Kastijding, bestraffing."

·       "Het snoeien van overtollige takken van een boom of wijnrank om deze te verbeteren en vruchtbaarder te maken."

·       "De kunst van het snoeien - terughouding, weerhouding, berisping, controle, kastijding."

·       "Het type bestraffing dat streeft naar de verbetering van de crimineel is wat de Griekse filosoof kolasis of kastijding noemt."

·       "Correctie."

Kolasis heeft dus een positief doel! Deze bestraffing wordt beschreven als een plek van vuur. Op andere plaatsen wordt het beschreven als ‘buitenste duisternis, met geween en tandengeknars’. Met andere woorden de bokvolken wordt op pijnlijke wijze (vuur, duisternis, geween, tandengeknars), op Goddelijke wijze gesnoeid. En dat alles in het Koninkrijk. Na de periode van het Koninkrijk volgt nog het oordeel voor de grote Witte Troon en de Nieuwe Hemel en de nieuwe Aarde, daarover in een volgende weblog meer.

Kort samengevat: In deze gelijkenis zegt Jezus niets over hemel of hel. Hij zegt zelfs niets over het lot van ongelovigen. Het gaat ‘slechts’ om de relatie tussen de volkerenwereld en het volk Israël.

14 januari 2007

Het evangelie. Een hels probleem!

Senegal_africa

Stel je eens voor dat je een zendeling bent in het moslimland Senegal in West-Afrika. De datum? 26 september 2002. Een jaar geleden ben je bevriend geraakt met je buurman, Abdou Ndieye, een islamitische handelaar. Nog maar een paar weken geleden heeft hij je uitnodiging aanvaard om samen met jou de bijbel te gaan bestuderen. Je bent enthousiast. Abdou is de eerste moslim met wie je het evangelie deelt.

Vandaag bereid je je voor om weer een gedeelte uit de bijbel met hem door te nemen, maar er is iets verschrikkelijks gebeurd. Je kunt niet geloven wat je op het nieuws ziet en hoort. De Joola, een Senegalese veerboot, is gekapseisd en meer dan 2000 mensen zijn omgekomen. Je herinnert je dat Abdou’s vrouw, Astou en zijn 14-jarige dochter, Fatou, ook op de boot waren. Je bent in een shock en je gelooft niet wat je ziet –het schip ligt volledig ondersteboven en steekt uit boven de zee, erboven vliegen helikopters. Je haast je naar de buren. Als je op de deur klopt hoor je een luid gekreun en hartverscheurend gehuil. Je loopt zachtjes naar binnen. Abdou ligt languit op de grond. Hij schreeuwt het uit naar Yalla (Senegalees voor Allah). “Waarom? Waarom? Hoe kon u dit laten gebeuren?” Hij gaat maar door met huilen en slaat met zijn handen op de grond.

Je voelt je verschrikkelijk hopeloos en bid in jezelf: “God help me om mijn vriend te troosten”.

Abdou kijkt je aan, hij herkent je nauwelijks door zijn tranen heen. “Mijn vrouw en dochter zijn op een gruwelijke manier omgekomen. Vertel me: zal ik ze weerzien! Vertel me: zijn ze veilig in Gods armen!? Heeft jou Jezus ze naar Zijn hemel gebracht? Je weet niet wat je moet zeggen. De stilte is oorverdovend.

“Antwoord mij christen, zal ik ze weerzien? Zijn ze op een betere plaats? Vertel het me!!

Je blijft sprakeloos. Wat kun je zeggen? Waar is het goede nieuws van het “evangelie” wanneer je het zo hard nodig hebt??!! (Dit is de inleiding van het boek: ‘Hope beyond hell, van Gerry Beachemin, 2007)

Met andere woorden: Wij christenen hebben een serieus probleem. Het probleem is dat we geloven dat het oordeel voor ongelovigen na de dood eindeloos is en dat het grootste deel van de mensheid daar onder zal vallen. Diep van binnen, in ons hart, weten we dat dit niet goed is, maar we verdringen onze vragen en twijfels omdat we “denken” dat de bijbel het zo leert.

Op deze weblog zul je merken en proeven dat ik daar heel anders over denk.

(Joh. 8: ‘32 U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.’)

24 oktober 2006

Een fatale christelijke uitvinding deel 4: Jezus en de hel

Ben je er klaar voor? Daar gaan we dan. Lees maar mee in Math. 5:29-30 “Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt.” In Marcus worden hier nog twee lichaamsdelen aan toegevoegd te weten de voet en de hand (Marc. 9:43-48). Ook hier wordt over de hel gesproken. Een plek aldus Marcus waar de wormen blijven knagen en waar het vuur niet uitdooft. De NBV heeft het trouwens goed vertaald: niet als hel, maar als Gehenna. Jezus heeft in heel zijn leven nooit het woord ‘hel’ over zijn lippen gehad. Hij sprak over ‘Gehenna’. Wat bedoelde Jezus met zijn waarschuwingen over Gehenna?

Tipsheav6_1

Gehenna is een kleine vallei ten zuidwesten van Jeruzalem. Het is een geografische locatie, een plek waar je naar toe kunt. Als je op vakantie bent in Israël kun je als je zin hebt nog even heerlijk picknicken in de hel (=Gehenna). Je kunt het geloven of niet, maar je kunt er ook heerlijk barbecuen. Gehenna was in het Oude Testament de plek waar de Israëlieten het afval dumpten, ook was het de plek waar in de oude tijden geofferd werd aan de afgoden. Doordat de plek door deze afgoderij bezoedeld was werd het ook later de vuilnisbelt van Jeruzalem. Tijdens het Duizendjarig Rijk zal Gehenna zijn oude functie terugkrijgen als ‘vuilnisbelt’. Meer nog dan vuilnisbelt zal het een enorm crematorium zijn, bestemd voor de lijken van de misdadigers. Tijdens het Vrederijk zal Jezus vanuit Jeruzalem regeren met een ijzeren knots. Daar heeft Jezus het over als hij waarschuwt voor de hel. We hebben al eerder gezien dat de focus (zie deel 3) van de Here Jezus gericht was op het komende koninkrijk der hemelen (het Vrederijk), een periode in de heilsgeschiedenis waar het volk Israël het grote zendingsvolk zal zijn en waarin de Messias vanuit Jeruzalem de volken zal regeren naar recht en gerechtigheid.

De Israëlieten beefden als ze de naam Gehenna hoorden. Dan wisten ze precies waar Jezus het over had. Het had voor de Israëlieten helemaal niets te maken met eindeloze marteling. Hun profeet Jesaja had er eeuwen terug al over geschreven in Jes. 66: 23-24 “Elke nieuwe maan en elke sabbat opnieuw zal alles wat leeft hierheen komen om zich voor mij neer te buigen – zegt de HEER. Bij het verlaten van de stad zien ze de lijken van hen die tegen mij in opstand kwamen: de vorm die aan hen knaagt zal niet sterven, en het vuur waarin ze branden zal niet doven; ze worden verafschuwd door alles wat leeft”.

Jesaja heeft het over een periode in de wereldgeschiedenis waarin alle volken God komen dienen in Jeruzalem (het Vrederijk). Alle opstandelingen belanden tijdens deze periode in de Gehenna. Let wel dat het hier gaat over de ‘doodstraf’. Er liggen ‘lijken’ in de Gehenna. Dus niet miljoenen pijn lijdende zombies. Maar dode lijken. Gehenna is dus een hele praktische plek, een vuilnisbelt voor opstandelingen. Niet de vreselijke plek die er door het christelijk geloof van gemaakt is. Let ook op dat er in het Hebreeuws niet staat dat de wormen nooit zullen sterven of dat het vuur nooit dooft. Het vuur zal blijven branden doordat er steeds nieuwe lijken op de stapel gegooid worden. Gehenna is dus de plek waar opstandelingen belanden tijdens het Duizendjarig Rijk, het Koninkrijk. Vervelend en dreigend genoeg, maar het zegt helemaal niets over de uiteindelijke, definitieve bestemming van de opstandelingen! (dwars door alles heen zal God uiteindelijk alles worden in allen, hier horen zelfs opstandelingen en misdadigers bij!, 1 Cor. 15: 22-28).

(lees ook deel 1: 6 juli, deel 2: 9 augustus en deel 3: 26 augustus)

26 augustus 2006

Een fatale christelijke uitvinding deel 3: De boodschap van Jezus

Signpost Aan het begin van zijn openbare bediening, Jezus was net 30 jaar oud, kwam hij in Nazaret. De plaats waar hij als jongen was opgegroeid. Op de sjabbat ging hij, zoals altijd naar de synagoge. Hij stond tijdens de bijeenkomst op om iets voor te lezen. Hij las een gedeelte voor uit de profeet Jesaja: "De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een jubeljaar van de Heer uit te roepen". Een citaat uit Jesaja 61:1,2. Daarna past hij deze verzen op zichzelf toe. Met andere woorden Jezus definieert hier zijn missie. Als je de missie van Jezus zet in de context van Jesaja 61 en in de context van wat zijn Joodse hoorders er in hoorden was het een missie die zich specifiek richtte op een geestelijk en letterlijk herstel van het volk Israel. Moeten we de aardse missie van Jezus inderdaad beperken tot Israël?

Matth. 10:5-7 "Deze zond Jezus uit, en hij gaf hun de volgende instructies: 'Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. Ga op weg en verkondig: "Het koninkrijk van de hemel is nabij".

Er is hier geen sprake van een wereldwijde evangelisatie. De discipelen krijgen duidelijke instructies van Jezus zelf hun boodschap van het komende koninkrijk alleen te vertellen aan Joden. Jezus bevestigt zijn 'beperkte' aardse missie nog eens in Matth. 15: 21-28. Hij zegt zelfs letterlijk in dit gedeelte, vers 24: "Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël". Als dit de enige kans voor de mensheid is om in Jezus te geloven of voor altijd naar de hel te gaan, dan heeft de Here Jezus wel een aparte manier om het nieuws bekend te maken! Vertel het niet aan 99% van de nakomelingen van Adam en Eva, maar alleen aan de Israëlieten.

De inhoud van de boodschap van de Here Jezus tijdens zijn aardse bediening bestond uit de prediking van de komst van het koninkrijk van de hemelen. De vraag is dan natuurlijk: Wat is dat voor een koninkrijk? Is het de hemel zelf? Nee, het is het koninkrijk van de hemelen. Met andere woorden het koninkrijk dat Jezus predikt is 'hemels' qua karakter, qua inhoud, maar het bevind zich op aarde. Dit begrijpen de discipelen. Ook de Israëlieten begrijpen het. Het koninkrijk der hemelen is een bekend concept in het bijbelse denken van Israël. Ook de profeet Jesaja beschrijft dit komende koninkrijk. Bijvoorbeeld in Jesaja 2: 2-5, maar ook Jesaja 61 en 62.

Het koninkrijk der hemelen omvat een periode van 1000 jaar, het wordt ook wel het Vrederijk genoemd.(zie ook Openb. 20: 1-6) In deze tijdsperiode zit de Here Jezus als de grote zoon van David op de troon in Jeruzalem, samen met het wedergeboren Israël. De gelovige Israëlieten worden in deze periode beloond en zullen samen met de Messias heersen over de volkeren van de aarde. Dit koninkrijk staat ook wel bekend onder de naam "het Duizendjarig rijk". Dit was de setting van de boodschap van Jezus. Beste Joden bekeer je want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen, want de koning is in jullie midden. (lees ook Matth. 3:1-3)

Paulus bevestigt deze 'beperkte' missie van de Here Jezus, tijdens zijn aardse bediening. Dit lezen we in Rom. 15:8 "Ik bedoel dit: Christus is een dienaar van de Joden geworden om hun te tonen dat God trouw is en om de beloften aan de aartsvaders te vervullen".

Wat betekent dit? Het betekent dat de woorden van Jezus zich beperken tot het volk Israël. Al de dreiging, maar ook de zegen hebben te maken met het ingaan in het komende koninkrijk der hemelen. Met andere woorden, de vraag was dus niet: hemel of hel. Het had ook niets te maken met de vraag: waaar zul je de eeuwigheid doorbrengen? (het begrip eeuwigheid hier opgevat als eindeloosheid) De enige vraag waar het om ging was: Ga jij het koninkrijk der hemelen binnen om daar gezegend te worden, of niet?

Maar hoe zit het dan met die arme Israëlieten die door hun ongeloof uitgesloten waren van het koninkrijk? Zijn zij voor altijd verloren? Het antwoord op die vraag is verrassend en verandert je kijk op de Here God. Jezus gaf hierop tijdens zijn aardse bediening geen definitief antwoord. Hij gaf het antwoord op die vraag pas later vanuit zijn verhoogde hemelse positie. Deze antwoorden, ook over het effect van het leven, sterven en de opstanding van Jezus voor de overige 99% van de mensheid werden door 'openbaring' met name bekend gemaakt aan de apostel Paulus.

Wordt vervolgd.

9 augustus 2006

Een fatale christelijke uitvinding deel 2: Het woord “hel” in het Oude Testament

Zicht20op20grafsteen_1 Als je in de Statenvertaling gaat zoeken op het woord “hel” dan kom je dat woord 25x tegen in het Oude Testament. Als je hetzelfde woord hel opzoekt in de NBG vertaling kom je het geen enkele keer tegen in het Oude Testament. Waar is het gebleven? In de originele Hebreeuwse tekst is natuurlijk niets veranderd. We hebben het hier over het Hebreeuwse woord ‘sheol’. 'Hel' is een oud woord dat etymologisch in verband staat met 'helen' in de zin van 'verbergen' en het betekende destijds niets anders dan een kuil in de grond die werd overdekt, een donkere stille plaats, een graf. Dit is ook precies de betekenis van ‘sheol’. Later is men, onder invloed van heidense denkbeelden (hierover in een volgende weblog meer!) onder het begrip hel een plaats gaan zien van eindeloze folteringen. Daarom is het heel goed dat de NBG vertalers in het Oude Testament niet gekozen hebben voor het oud-Nederlandse woord hel maar voor graf of dodenrijk. Dan kunnen er ook geen misverstanden ontstaan. Als je de verschillende teksten in het Oude Testament naloopt dan is het bovenstaande de primaire betekenis van sheol. Lees hiervoor (als je zin hebt ze allemaal op te zoeken: Gen. 37:35, Ps. 139:8, Pred. 9:10, Jes. 38: 10, Job. 14:13. Het vers uit Job: “O, geef mij een schuilplaats in het dodenrijk (sheol) en verberg me daar totdat uw woede is geluwd, stel een tijd vast en kijk dan weer naar mij om”. Het lijkt toch niet erg waarschijnlijk dat Job tot God bidt om een plaats in een eindeloze pijniging, om op die manier van zijn problemen verlost te worden??

Sheol komt in het Oude Testament ook in een figuurlijke zin voor. (Dit is ten dele de valkuil waar Machiel en ‘zijn’ genoemde website intrappen). Vooral later in het Oude Testament wordt sheol regelmatig in de figuurlijke zin gebruikt. Figuurlijk gesproken vertegenwoordigt sheol een situatie van afbraak of rampspoed. Deze rampspoed kan allerlei oorzaken hebben van ongeluk, zonde, of een oordeel van God. Dit is een logische en natuurlijke overgang. De plaats en de situatie van de doden werd gezien als ernstig en somber. Ook nu nog wordt de dood gezien als vijand. Het is zelfs de laatste vijand die onttroond zal worden ( 1 Kor. 15:26). Daarom wordt het woord sheol in figuurlijke zin ook gebruikt om een sombere of miserabele situatie weer te geven. Voorbeelden: Ps. 18:4-6. Hier beschrijft David een echte ‘sheol’ situatie die hij had meegemaakt toen het leek of hij door zijn vijanden figuurlijk verslonden zou worden. Dit zelfde kom je tegen in Ps. 116:3-6, Ps. 88:3, Ps. 141:7. Maar ook als het gaat over het oordeel over Jeruzalem, in Jesaja 28: 18. Dit gebeurt in de geschiedenis, in de tijd. (Er volgt trouwens daarna een glorieus herstel van Jeruzalem in het hoofdstuk erna, Jes. 29!!)

Jonah_1 Het mooiste voorbeeld is misschien wel Jona 2: 3-10. Hier is het natuurlijk absurd om sheol (vers 3) letterlijk te nemen, het is overduidelijk figuurlijk bedoelt om de unieke, maar wel miserabele positie weer te geven waarin Jona zich bevond. Misschien zou Midas Dekker het waarderen, maar Jona was duidelijk geen bevlogen bioloog.

Het is inmiddels wel duidelijk dat het woord sheol niet te gebruiken is om hiervan een leer te maken van toekomstige eindeloze pijniging, als een onderdeel van de straffen van de Thora. Het wordt zo nooit gebruikt door Mozes of de profeten. Ook een fervent aanhanger van de leer van de eindeloze pijniging, de bijbelleraar David Pawson verklaart in zijn boek: “De weg naar de hel, eeuwige kwelling of verdelging”: “Het Oude Testament geeft niet veel informatie over het hiernamaals. De doden ‘gaan bij hun vaderen te ruste’. Hun adres luidt: sjeol (een Hebreeuwse naam dat in het Grieks wordt vertaald met hades). Dat is een neutraal woord voor de verblijfplaats van de overledenen, het impliceert geen genot, ook geen pijn. Men heeft deze plaats wel aangeduid als een wachtkamer op een station bij middernacht, terwijl er geen enkele trein in aankomst is tot de vroege ochtend! De Israëlieten verwachtten niet of nauwelijks dat daar enig bewustzijn of enige communicatie zal zijn” (blz 54).

Daniël 12 en Jesaja 66 zijn twee aparte gedeelten. De oordelen die je hier ziet zijn toekomstig en vinden plaats in de “eindtijd” tijdens het zogenaamde “vrederijk”. Een tijd waar alle profeten naar uitkeken. Het is juist deze “toekomende eeuw” waar Jezus het over heeft als hij spreekt over het ‘toekomstige oordeel’. Deze teksten komen daarom uitgebreid aan de orde in de weblog over “Jezus en de hel”.

Ik zal de opwekkende studies over ‘de hel’ afwisselen met andere weblogs. Blijf lezen, zelfs na de punt…want het laatste woord is altijd aan de ontfermende liefde van JHWH!

6 juli 2006

Een fatale christelijke uitvinding deel 1: De hel in het Oude Testament

Na een zomerreces van een paar weken, zo aan wat het einde van een hittegolf lijkt te zijn maken we hier onze eigen hittegolf. Dit belooft een in vele opzichten 'warm tot zeer heet' onderwerp te worden. De stelling waar ik mijzelf toe heb verplicht om op te reageren luidt: "De hel is een christelijke uitvinding". Het wordt een weblog in drie delen. In dit eerste deel kijken we naar het Oude Testament, in deel twee naar Jezus en de hel en tenslotte in deel 3 naar de kerk en de hel. Ok dan, gordels vast, zit je goed in de riemen...

Thelakeoffire_2 Om deze stelling goed in kaart te krijgen beginnen we bij de wortels. Waar ging het naar de mens gesproken fout. Ja inderdaad, in het derde hoofdstuk van Genesis. Eva en Adam eten van de verboden vrucht en zo zijn ze de eerste mensen die 'zondigen'. Dan volgt de straf van de Here God. Nu zal de 'hel' wel worden geïntroduceerd, zo zou je verwachten. Maar niets van dit alles: Adam en Eva worden uit de hof verdreven, er moet voortaan hard worden gewerkt, kinderen krijgen is geen pretje, en Adam en Eva worden sterfelijke mensen (want ze mogen niet meer eten van de boom des levens!). Niks over een eindeloze hel. Maar er komt een herkansing in Genesis 4. Het wordt nog veel erger. Twee broers, Kaïn en Abel. Het loopt volledig uit de hand en Kaïn slaat zijn broer Abel dood. Dit is het momentum om de ultieme afschrikking te introduceren. Om op deze manier toekomstige misdadigers te waarschuwen. Maar ook nu geen woord hierover. Er is oordeel, ja zeker, maar het is redelijk: De aarbodem is voortaan voor Kaïn vervloekt, de grond brengt voor hem niets meer op. Daarnaast moet hij zijn woonplaats verlaten, hij wordt de eerste balling, een zwerver. Maar niets over "een eindeloze pijniging in de hel".

We geven het nog niet op. We gaan verder naar de volgende grote crisis. Lees maar eens mee in Genesis 7. We hebben het hier over de zondvloed. De toenmalige wereldbevolking was ver afgeweken van het leven zoals God dat had bedoeld. Zondigen was tot kunst verheven. En dan volgt het oordeel van God. Noach en de zijnen overleven het doordat ze in opdracht van God een ark bouwen. Wat is het oordeel over de toenmalige mensheid? Ook nu weer geen woord over een eindeloze hel, nee het oordeel is dat ze omkomen door het water. Dit was natuurlijk afschuwelijk, maar peanuts vergeleken met een eindeloze pijniging.

Maar zul je misschien denken. Vergeet Sodom en Gomorrah niet. Want daar zal het zeker staan. Lees mee in Genesis 19. Sodom en Gomorrah daar is van alles aan de hand, de seksuele uitspattingen zijn berucht, maar wat nog veel erger was is dat ze tot op het bot egoïstisch waren. Ze gaven niets om de armen, de weduwen en de wezen. Ze leefden alleen voor hun eigen genot. Ook hier volgt een Goddelijk oordeel. De twee steden worden door vuur en zwavel volledig verwoest en zelfs omgekeerd. Maar ook hier weer geen woord over een extra straf voor de inwoners van beide steden in een hel waar ze voor altijd gepijnigd worden.

Ook als je verder in het Oude Testament gaat lezen vind je nergens een eindeloze straf, eindeloze pijniging of iets van die strekking. Wel wordt er gesproken over de doodstraf, over steniging, over het betalen van vergoedingen, het mislukken van je oogst, over onvruchtbaarheid, schorpioenen, giftige slangen, ect. Allemaal erg genoeg, maar nog steeds mild vergeleken met een nooit eindigende pijniging.

Er is geen één theoloog die de leer van de eindeloze straf heeft teruggevonden in het Oude Testament!!

Maar toen kwam Jezus, de Redder. En Zijn goede nieuws, in een notendop: "Hou van me voordat je doodgaat, of Mijn Vader zal iets met je gaan doen dat veel erger is dan de dood". Met andere woorden voor verreweg de meeste mensen op deze planeet die aarde heet is de komst van Jezus het slechtste wat ze ooit had kunnen overkomen. Want voor de komst van Jezus wordt er immers niet gesproken over een eindeloze pijninging in de hel. Hoe goed hadden we het voor de komst van Jezus. Met de komst van Jezus bereikt het oordeel van God ongekende hoogte, tot eindeloze pijniging aan toe. Of.... hebben we de boodschap van Jezus over de "hel" niet goed gelezen en er nog minder van begrepen...

In de volgende weblog meer.